Vers in de Pers/NVJ

Slechte arbeidsvoorwaarden, weinig betaald en een vast contract kun je wel vergeten. Je wordt niet vrolijk van het toekomstbeeld dat vaak wordt geschetst van de journalistiek. Vers in de Pers spreekt jonge journalisten over hoe zij de arbeidsmarkt ervaren.

Samen met collega Misha Melita heb ik Fleur Born, Julien Dom en Sherina Leerdam mogen filmen. Dit was een opdracht van NVJ (Nederlandse Vereniging van Journalisten)

Fleur Born:

Julien Dom:

Sherina Leerdam:

 

Met deze 16 tips ontdek je het beste van Kaapstad in twee weken

Voor het eerst alleen op vakantie en dan helemaal naar Zuid-Afrika om Kaapstad te bezoeken. Ja, dat was mijn plan. Toen ik op Schiphol stond, kreeg ik toch een beetje kriebels in de buik. Hoe ga ik het vinden om alleen te reizen? En het is toch wel helemaal aan de andere kant van de wereld.. Gelukkig ben ik het vliegtuig ingestapt, want mijn reis naar Kaapstad had ik echt niet willen missen.

Twee weken (van 8 april tot 20 april) had ik om de stad en ook het gebied eromheen te verkennen. Achteraf gezien blijkt dat veel te kort te zijn, want ik heb nog lang niet alles gezien. Gelukkig heb ik daardoor een smoes om terug te keren. In die twee weken heb ik absoluut niet stilgezeten.

Speciaal voor We are Travellers schreef ik over mijn reis. Dat is hier te lezen:

Schermafbeelding 2018-06-15 om 12.44.09
Klik hier om het te lezen

De Monitor

Van november 2017 tot februari 2018 heb ik stage gelopen bij het onderzoeksjournalistieke tv-programma De Monitor van de KRO-NCRV. In die drie maanden heb ik gewerkt aan het onderzoek Politie Online. We keken naar wat de politie voor privacygevoelige informatie deelt op het internet, maar ook in televisieprogramma’s. Dit onderzoek heeft geleidt tot een tweede uitzending. Daarnaast heb ik voor dit onderzoek diverse artikelen geschreven:

Schermafbeelding 2018-03-28 om 14.08.57

Schermafbeelding 2018-03-28 om 14.10.59
Artikel over de herleidbaarheid van verdachten in politieseries
Schermafbeelding 2018-03-28 om 14.10.59.png
Reactie van D66 op onze uitzending

 

Na mijn stage ben ik nog een maand blijven hangen om het onderzoek Boer en Beleid af te maken. Ik begon met de research voor dit onderzoek aan het einde van mijn stageperiode. Het was voor mij heel gaaf dat ik mocht blijven om dit onderzoek voor de eerste aflevering af te maken.

In dit onderzoek keken we naar de zeldzame rundveerassen in Nederland, zoals de Lakenvelder of de Groninger Blaarkop. Hun status is bedreigd of zelfs kritiek, maar door de nieuwe fosfaatregels dreigen ze echt te verdwijnen. Dat stellen boeren die zeldzame koeien hebben.

Sinds de Europese Commissie het melkquotum in april 2015 afschafte, groeide de melkveehouderij explosief. Maar meer koeien en meer melk betekenen ook meer mest en dus meer vervuiling. In 2017 werd daarom het fosfaatreductieplan ingesteld om de veestapel te laten inkrimpen, waarbij er een uitzondering werd gemaakt voor de zeldzame rundveerassen.

Maar sinds 1 januari 2018 is er de nieuwe meststoffenwet: de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) berekent op basis van het aantal koeien dat een boer op 2 juli 2015 had hoeveel fosfaatrechten die boer krijgt en dus hoeveel koeien die boer mag hebben. Het ministerie maakt in dit nieuwe systeem echter geen uitzondering voor de zeldzame rundveerassen.

 

Naast het schrijven van artikelen en het researchen heb ik zelf twee reportages gemaakt over Boer Maurits Tepper en zijn Groninger Blaarkoppen en Boer Herman Iemhoff met zijn Fries-Hollandse koeien.

‘Ik wilde altijd al Groninger Blaarkoppen.’ En na drie jaar hard werken heeft boer Maurits Tepper nu 120 van deze zeldzame koeien. Alleen lopen die koeien nu gevaar door het mestbeleid.

‘De lievelingskoe van mijn dochter is al weg.’ Boer Herman Iemhoff moet stoppen vanwege de dure fosfaatrechten voor zijn zeldzame Fries-Hollandse koeien.

 

Timmerdorp Eelde 2017

Drie dagen lang hebben kinderen van groep 3 tot en met groep 8 die in Eelde-Paterswolde wonen gebouwd en getimmerd. Onder begeleiding van vrijwilligers is er een dorp gebouwd met echte straten, een plein en diverse huizen. Het evenement ‘Timmerdorp’ werd voor de tweede keer gehouden en vond plaats in de periode van 24 juli tot en met 27 juli 2017. Ik heb de aftermovie gemaakt en een reportage waarin Manon en Sophie bouwtips geven. Daarnaast heb ik het evenement gefotografeerd.

Foto’s

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Meer foto’s zien? Klik dan hier


Video’s

 

Afstudeeropdracht crossmediale productie

‘Kamp Meerzicht’: Een van de beginstations van de Jodenvervolging in Nederland

DOOR IRIS VERHOEVEN- 20 oktober 2017

‘We staan op een plek waarvan ik denk dat er ooit een Joods werkkamp heeft gelegen in de Tweede Wereldoorlog’, zegt holocaust-archeoloog Ivar Schute (51). De plek waar hij het over heeft, is nu een weiland dat naast het pannenkoekenhuis Boerderij Meerzicht ligt in het Amsterdamse bos. Deze maand is het precies 75 jaar geleden dat de Joodse werkkampen in Nederland ontruimd werden.

De aanwijzingen voor de archeoloog om in dit weiland verder onderzoek te doen, komen van zijn collega, amateur-historicus Lion Tokkie (68), die vier jaar geleden een onderzoek is gestart naar de Joodse werkkampen in Nederland. De aanleiding voor Tokkies onderzoek was het verhaal van zijn vader, die zelf in zo’n Joods werkkamp heeft gezeten. ‘Met een Joods werkkamp bedoel ik alle kampen waar Joden tewerkgesteld werden.’ In totaal heeft Tokkie al meer dan 65 werkkampen vastgesteld, waarvan er dertien in Amsterdam gelegen hebben. ‘Kamp Meerzicht’ is hier één van.

Bij een bijeenkomst in het Herinneringscentrum Kamp Westerbork hebben Ivar Schute en Lion Tokkie elkaar ontmoet. Het Herinneringscentrum wil de Joodse werkkampen meer in kaart brengen door ze te markeren. Om de plekken van de werkkampen te markeren speelt niet alleen historisch onderzoek een grote rol, maar ook de archeologie.

Tokkie wil graag ook de Joodse werkkampen in Amsterdam in kaart brengen en daarbij gaat Schute hem helpen. In februari stonden de twee mannen al in het weiland van Meerzicht. Schute heeft toen het terrein verkend en een kleine handmatige proefboring gedaan. Hier stuitte hij op een fundament. Dit is de aanleiding geweest om verder onderzoek te doen, wat dit najaar gaat plaatsvinden.

In het weiland naast boerderij Meerzicht wordt onderzoek gedaan naar een mogelijk Joods werkkamp.
Foto Iris Verhoeven

Het idee van de Joodse werkkampen kwam van de Duitse bezetters, maar werkkampen voor werklozen waren al sinds 1934 een geaccepteerd verschijnsel. In de jaren dertig was er in Nederland sprake van economische crisis met een hoge werkloosheid. Om deze werkloosheid te bestrijden, werden er speciale kampen voor tewerkgestelden gebouwd. Het was een vorm van “maatschappelijk steun” maar daar moest wel iets tegenover staan, zoals het meehelpen aan overheidsprojecten die anders financieel niet haalbaar waren. Een voorbeeld van zo’n project was de aanleg van het Amsterdamse bos.

Amsterdam had in die tijd ruim 50.000 werklozen, blijkt uit cijfers van de gemeente Amsterdam. De gemeente was dringend op zoek naar werkgelegenheid voor deze mensen. Dat plan, het Boschplan, kwam er onder de leuze: ‘Vijf jaar werk voor duizend man’. De werklozen kregen in ruil voor hun arbeid een uitkering.

Toen de Duitsers in 1940 Nederland binnenvielen, werd de structuur van de werkkampen door de Duitsers overgenomen. In het begin van de oorlog werkten werkloze Joden en niet-Joden naast elkaar in de werkkampen. Joodse mannen werden steeds meer gedwongen om te werken in werkkampen, omdat de maatregelen van de Duitse bezetter ervoor zorgden dat Joden bepaalde beroepen niet meer mochten uitoefenen en daardoor werkloos werden. Onder druk van de Duitsers werden de Joden in 1941 gescheiden van de overige Nederlanders door ze in aparte werkploegen te plaatsen. Op 10 september 1941 besloot rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart tot de instelling van aparte Joodse werkkampen. Vanaf april 1942 werkten de werkloze Joden in aparte werkkampen en de niet-Joodse werkloze mannen werden naar Duitsland gestuurd voor dwangarbeid.

De werkkampen voor de Joden bevonden zich met name in het noorden en het oosten van het land. De nazi’s wilden dat de Joden niet in hun eigen stad tewerkgesteld werden, want dan zou het contact met de Arische bevolking blijven bestaan. ‘Het is dan ook gek dat er in Amsterdam nog flink wat Joodse werkkampen zijn geweest’, zegt Tokkie. De werkloze Joodse mannen die werden afgekeurd voor het zware werk in het noorden en oosten van Nederland, kwamen in de werkkampen rondom Amsterdam terecht.

Tokkie heeft veel materiaal verzameld door onderzoek te doen bij het Stadsarchief van Amsterdam, het Joods Historisch Museum en het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD). ‘Hier trof ik foto’s en kaarten aan en die ben ik gaan combineren.’ De belangrijkste aanwijzing dat het Joodse werkkamp waarschijnlijk in het weiland naast de boerderij Meerzicht ligt, komt van een Engelse luchtfoto uit 1944. ‘Daarop zijn rechthoekige structuren te zien.’

Daarnaast heeft Tokkie veel verhalen van nabestaanden over het werken rondom de Meerzichtpolder verzameld die bevestigen dat in dat gebied een werkkamp gelegen moet hebben. ‘Door het inzetten van de sociale media kreeg ik veel materiaal van nabestaanden.’

De werkkampen bestonden uit verschillende structuren. Er waren kampen waar de mannen dag en nacht verbleven en er waren heen-en-weerkampen. Bij de heen-en-weerkampen begonnen de mannen om zes uur in de ochtend en werkten tot ’s avonds en dat zes dagen per week. ‘Kamp Meerzicht’ was een heen-en-weerkamp en is dat altijd gebleven.

Met de boot gingen de Joodse mannen naar de Meerzichtpolder. Het werk bestond uit het graven en verbreden van sloten, het maken van kades en oeverbescherming. Ze werden nog wel betaald voor hun werkzaamheden, maar minder dan voorheen. Dit was zwaar lichamelijk werk, wat de mannen niet gewend waren. Het eten wat de Joodse mannen hiervoor kregen, was onvoldoende voor wat het werk van hun vroeg.

De mannen moesten zich elke ochtend melden en het loon werd uitbetaald aan hun vrouwen. ‘Via de loonadministratie en een opkomstcontrole waren ze als het ware gegijzeld’, aldus Tokkie. Hierdoor was er geen gewapende bewaking nodig.

Volgens Tokkie heeft ‘kamp Meerzicht’ er zo uitgezien.
Bron: satellietfoto van Lion Tokkie/aangepast door De Volkskrant

Volgens de laatste bevindingen van Tokkie bestond ‘kamp Meerzicht’ uit twee barakken, een directieketen en een opslagketen. In die barakken konden de mannen zich omkleden en kregen ze te eten. ‘Ik denk dat er in totaal zo’n honderd mannen overdag in het kamp waren.’ Dit komt overeen met het aantal mannen dat in andere werkkampen werkte.

Petra van Duinhove, eigenaar van Boerderij Meerzicht, heeft Lion Tokkie en Ivar Schute al meerdere keren over haar erf laten lopen om bij het weiland te komen. ‘Ik vind het heel erg interessant, omdat wij er nog nooit van gehoord hebben.’  Van Duinhove is absoluut niet bang dat het klanten gaat afschrikken als er daadwerkelijk een Joods werkkamp is geweest. ‘Het intrigeert ons alleen maar.’ Ze heeft nog binnen haar familie nagevraagd of er iets bekend was over een Joods werkkamp, aangezien de boerderij tijdens de oorlog er ook al stond. ‘Niemand van de familie kan zich er iets van herinneren.’ Volgens Lion Tokkie is dat niet raar. ‘Het werkkamp heeft er maar voor relatief korte periode gelegen en daarna zijn de Joodse mannen die er nog werkzaam waren als het ware geruisloos afgevoerd.’

Over dit pad van Boerderij Meerzicht lopen Ivar Schute en Lion Tokkie geregeld om onderzoek te doen in het weiland. Foto Iris Verhoeven

In juni 1942 begonnen de Duitsers met de stelselmatige deportaties. Vanaf dat moment begonnen de mannen die werkten in Joodse heen-en-weerkampen onder te duiken. De nazi’s haalden begin september de Joodse mannen die in heen-en-weerkampen zaten op basis van de appèllijsten van huis. Vervolgens werden ze naar Westerbork gedeporteerd. Dit gebeurde ’s avonds. De vrouwen en kinderen werden later ook opgehaald, onder het mom van gezinshereniging. Op 2 en 3 oktober 1942 werden alle Joodse werkkampen ontruimd en werden de mannen met vrachtwagens en per trein naar Westerbork gebracht. Vanuit Westerbork werden ze gedeporteerd naar de vernietigingsoorden.

Een appèllijst waar Joodse mannen opstaan die rond de polder van Meerzicht hebben gewerkt.
Bron: Stadsarchief Gemeente Amsterdam/Lion Tokkie

Na de ontruiming in oktober 1942 bleef er één groep over die bleef werken in het Amsterdamse bos: de gemengd gehuwde Joodse mannen boven de 45. Dit waren Joodse mannen die getrouwd waren met een niet Joodse vrouw. Met deze groep wisten de nazi’s nooit goed raad. Deze mannen hebben nog wel rondom Meerzicht gewerkt, maar verbleven niet meer in het werkkamp.

De vader van Kiki Amsberg (78) heeft in zo’n gemengd gehuwden-kamp gezeten. Door een berichtje in de krant over het onderzoek van Tokkie is Amsberg in contact gekomen met de amateur-historicus. Met zijn hulp is ze iets meer te weten gekomen over het verhaal van haar vader in het werkkamp.

De Joodse werkkampen hebben een grote rol gespeeld in de Jodenvervolging in Nederland. Volgens Schute is het eigenlijk één lijn. ‘De Joodse werkkampen, zoals Meerzicht, waren het begin en de vernietigingskampen, zoals Sobibor, het einde.’ Volgens Tokkie zijn de Joodse werkkampen te omschrijven als een soort stuwmeren. ‘De Joodse mannen werden geïsoleerd in de werkkampen en vanuit daar werden ze gedeporteerd naar het noorden.’

Waarom de Joodse werkkampen tot nu toe redelijk onderbelicht zijn in de geschiedenis, is volgens Tokkie te verklaren. ‘De omstandigheden in de Joodse werkkampen waren nog relatief goed, terwijl de omstandigheden in concentratiekampen vreselijk waren. De nabestaanden herinneren zich daarom vooral de concentratiekampen.’ Je kan volgens Tokkie niet spreken van een vergeten geschiedenis. De historici Lou de Jong en Jacques Presser hebben vlak na de oorlog de werkkampen wel genoemd, maar hebben er nooit verder onderzoek naar gedaan. En na de oorlog wilde de bevolking niet aan de verschrikkingen denken. Pas in de jaren ’80 kwam er meer aandacht voor het herdenken van de gebeurtenissen in de oorlog en toen kwam de focus op de doorgangskampen en de vernietigingskampen te liggen. Daarnaast is veel van de administratie van de plekken door Duitsers vernietigd en zijn de barakken van de werkkampen vernietigd of verplaatst en hergebruikt.

Dit najaar gaat het vervolgonderzoek bij Meerzicht beginnen. Door het natte weer van de afgelopen weken moet Ivar Schute het onderzoek in tweeën delen. Hij begint met geofysische onderzoek. ‘Dit is een verzamelnaam voor een aantal onderzoeksmethoden waar je met behulp van allerlei bliepjes en piepjes kunt meten wat er in de grond zit zonder te graven.’ Met deze methode kan Schute het terrein systematischer in beeld brengen. Als uit dat onderzoek meerdere afwijkende meetwaarden naar voren komen, gaat de archeoloog kleine proefputten graven om te kijken wat er daadwerkelijk in de grond zit. ‘Dit moet uitsluitsel geven of het inderdaad om een werkkamp gaat of dat het een Duits afweergeschut is, maar het kan om beide gaan.’ Na de ontruiming van de Joodse werkkampen hadden de Duitsers diverse luchtafweergeschutten in het gebied rondom Schiphol neergezet.

Tokkie hoopt dat Schute door het archeologisch onderzoek stuit op een belangrijk Joods artefact. ‘Want dat is keihard bewijs. We kunnen er alleen maar op hopen, vooral voor de nazaten.’


Kaderverhaal

Goed om te weten
Over de definitie van een Joods werkkamp is nog veel discussie binnen de groep van historici en deskundigen. Dit komt doordat er nog veel hiaten in de kennis zijn over het dagelijkse leven, de organisatie en het werk in de afzonderlijke kampen. Het is zelfs lastig om het precieze aantal vast te stellen, omdat er niet één definitie is. Wel zien de historici en deskundigen het belang van het onderzoek van de amateur-historicus Lion Tokkie in. Volgens Dirk Mulder, directeur van het Herinneringscentrum Kamp Westerbork, is Tokkie de eerste die echt fundamenteel onderzoek doet naar de Joodse werkkampen. ‘Wat hij allemaal nog uit de archieven haalt, als amateur-historicus, is echt ongelofelijk.’ Ook Rob van der Laarse, hoogleraar Erfgoed van de Oorlog aan de Vrije Universiteit, die Tokkie advies geeft bij het onderzoeken, vindt het bijzonder wat hij naar bovenhaalt. ‘De Joodse werkkampen gaan iets veranderen in de herdenkingscultuur, zodra Lion Tokkie de werkkampen meer gelokaliseerd heeft met behulp van archeologen.’ Volgens Van der Laarse ligt de werkelijkheid van de Jodenvervolging in Nederland veel complexer dan de maatschappij nu denkt. ‘Het is niet zo dat de Duitsers op de deuren klopten en mensen weghaalden, er heeft een heel systeem achter gezeten.’